|
Veranderen van leefgewoonten
Mensen bij wie type 2 diabetes is vastgesteld, krijgen in eerste instantie adviezen voor gezonde leefgewoonten. Daardoor kan de werking van insuline soms verbeteren. Een klein deel van de mensen met type 2 diabetes slaagt er zo in om weer normale bloeglucosewaarden te bereiken. Maar ook al lukt dat niet: diabetespatiënten kunnen door aanpassing van leefgewoonten hun gezondheidssituatie verbeteren en risico's op complicaties verminderen. De adviezen zijn:
- Dagelijks minstens een half uur te bewegen. Sporten kan, maar wandelen, fietsen of zwemmen zijn ook goed om de conditie te verbeteren en de werking van insuline te stimuleren.
- Bij overgewicht af te vallen. 5 tot 10% gewichtsverlies is een haalbare doelstelling.
- Gezond te eten: minder verzadigd vet; meer onverzadigd vet, fruit en groente; dagelijks maximaal 2 glazen alcohol drinken. Het voedingsadvies is gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding.
- Te stoppen met roken, in verband met het verhoogde risico op hart- en vaatziekten.
Bloedglucoseverlagende tabletten
Als 3 maanden na de adviezen blijkt dat de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gezakt, krijgt iemand met type 2 diabetes tabletten voorgeschreven. Er zijn meerdere soorten:
- Middelen die de glucoseproductie in de lever remmen;
- Middelen die de bètacellen stimuleren om insuline af te geven. ;
- Middelen die via de glucose- en vetzuurstofwisseling vet-, spier- en levercellen gevoeliger maken voor insuline. Daardoor nemen de cellen glucose beter op.
Begonnen wordt met een lage dosis. Deze wordt stapsgewijs opgevoerd totdat het bloedglucosegehalte (vingerprik) lager is dan 7 mmol/l.
Insuline
Als blijkt dat ook met bloedglucoseverlagende tabletten de bloedglucosewaarden niet genoeg dalen, wordt insulinetherapie voorgeschreven. Dat gebeurt doorgaans in aanvulling op de tabletten. Soms is bij iemand met type 2 diabetes tijdelijk gebruik van insuline nodig, bijvoorbeeld tijdens een infectie of een behandeling met bijnierschorshormonen.
Meestal is eenmaal daags ('s avonds) insuline spuiten voldoende; soms is het nodig twee of drie maal te spuiten. Bij het instellen van de hoeveelheid insuline streeft de behandelend arts ernaar dat de nuchtere bloedsuikerwaarden zo optimaal mogelijk zijn: tussen 4 en 8 mmol/l. Goede, stabiele bloedsuikerwaarden verminderen namelijk de risico's op complicaties van type 2 diabetes.
Zelfzorg
Iemand met type 2 diabetes heeft kennis en vaardigheden nodig voor de dagelijks noodzakelijke zelfzorg. Diabetesvoorlichting en -educatie zijn erg belangrijk bij het leren omgaan met de ziekte. Belangrijk is dat iemand bij zichzelf de verschijnselen van een hyperglykemie (te hoge bloedsuiker) en hypoglykemie (te lage bloedsuiker) kan herkennen en weet wat in die gevallen te moeten doen.
Een hyperglykemie is te herkennen aan: een vieze adem (acetongeur), veel moeten plassen, droge mond en dorst, misselijkheid, braken en/of uitdrogingsverschijnselen en kan leiden tot diabetische ketoaccidose . Het is belangrijk bij dorst en veel plassen om veel (minstens 2,5 liter/24 uur) te drinken. Bij misselijkheid, braken, sufheid en dreigend coma moet direct de (huis)arts of diabetesverpleegkundige worden ingeschakeld (of eventueel de spoedeisende hulp).
Een hypoglykemie kan zich aandienen met concentratiestoornissen, verminderd reactievermogen, ontactvol of agressief gedrag, moeite hebben met routinetaken, een snelle pols of hartkloppingen, wazig zien, traag en moeilijk spreken en misselijkheid. Door snel iets (zoets) te eten of te drinken is een hypoglykemie te verhelpen en is een hypoglykemisch coma te voorkomen.
Controles
Tijdens regelmatige controles onderzoeken huisarts, specialist of diabetesverpleegkundige onder meer de bloedsuikerspiegel, bloeddruk en vetwaarden in het bloed. En naast de bloedsuikerspiegel, die een momentopname is, geeft bepaling van geglyceerd hemoglobine (HbA1c) in het bloed een beeld van de gemiddelde instelling in de voorgaande 6 tot 8 weken.
Aan de hand van de diverse onderzoeken zal blijken of de ingezette behandeling kan worden voortgezet of aanpassingen (dosering van de tabletten of insuline) behoeft. Er kunnen ook veranderingen in leefstijl (eten, bewegen, roken) nodig zijn.
Type 2 diabetes gaat samen met risico's op hart- en vaatziekten, nierziekten, oogafwijkingen en stoornissen in tast en gevoel. Een belangrijk aspect van de behandeling van diabetes is het zo vroeg mogelijk signaleren en behandelen van dergelijke complicaties . Daarom vindt regelmatig divers lichamelijk en bloed- en urineonderzoek plaats. Ook onderzoek van de ogen zal vroeger of later tot terugkerende controles horen. Daarvoor geldt een landelijk protocol. Zie hiervoor ook: Zorg, NDF Zorgstandaard , en Richtlijnen .
|