|
Als
iemand met diabetes te weinig heeft gegeten of per ongeluk te veel
insuline heeft geïnjecteerd (gekregen) kan het bloedglucosegehalte te
sterk dalen (= hypoglykemie). Ook intensieve lichamelijke inspannening,
bepaalde medicijnen, veel stress of ziekte kunnen een ‘hypo'
teweegbrengen. Door tekort aan glucose werken organen (vooral de
hersenen) minder goed, waardoor de volgende verschijnselen kunnen
optreden:
-
concentratiestoornissen
- verminderd reactievermogen
-
ontactvol of agressief gedrag
-
moeite hebben met routinetaken
-
een snelle pols of hartkloppingen
-
wazig zien
-
traag en moeilijk spreken
-
misselijkheid.
Als
het bloedglucosegehalte niet direct omhoog wordt gebracht door iets
zoets te eten of te drinken, verliest iemand het bewustzijn en raakt in
een hypoglykemisch coma.
Een
hypoglykemisch coma is een van de meest voorkomende acute complicaties
bij diabetespatiënten die met insuline worden behandeld. Het
hypoglykemisch coma ontstaat meestal plotseling, soms zelfs binnen
enkele minuten.
Het hypoglykemisch coma heeft een aantal kenmerken, zoals:
-
verwijde pupillen
- een vochtige huid
-
normale of soms oppervlakkige ademhaling
-
geen acetongeur of tekenen van uitdroging
-
een versnelde maar goed gevulde pols en meestal een normale bloeddruk
-
een verhoogde spierspanning, spiertrillingen en levendige spierreflexen.
Om
het coma met zekerheid vast te stellen is een bloedglucosebepaling
nodig. De behandeling van een hypoglykemisch coma bestaat uit
toediening van een glucoseoplossing via de ader (intraveneus). Als er
snel gehandeld wordt, herstellen de lichaamssfuncties zich meestal snel
en komt iemand binnen korte tijd weer tot bewustzijn.
|