Oorzaken

Bij type 2 diabetes komen bijna altijd 2 verschijnselen gecombineerd voor:

  • Ongevoeligheid voor insuline (insulineresistentie)
    Al in een vroeg stadium van type 2 diabetes is de glucosestofwisseling gestoord doordat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline. Spier- lever- en vetcellen nemen moeilijker glucose op en de lever gaat meer glucose aanmaken uit zijn voorraden. In reactie daarop gaat de alvleesklier aanvankelijk extra insuline produceren, waarmee het glucose toch in de cellen kan komen.

  • Verminderde afgifte of productie van insuline
    Het is nog niet duidelijk hoe dit komt. Een van de ideeën is dat de verhoogde insuline-aanmaak eiwitten doet neerslaan in de eilandjes van Langerhans. Die eiwitten zouden de insulineproducerende bètacellen remmen in hun werking. Een andere theorie verklaart de gestoorde insulineafgifte uit een verhoogde concentratie van vrije vetzuren in het bloed. Die vetzuren - onder meer afkomstig uit buikvet - zouden de insulineafgifte aan het bloed eerst stimuleren en later afremmen. Ook zouden hoge bloedsuikerspiegels uiteindelijk de insulineproductiecapaciteit kunnen uitputten.

Het is vaak niet duidelijk met welk van de 2 kenmerken de ziekte begint. Het is ook niet helemaal duidelijk waarom ze ontstaan. Wel is er een sterk verband tussen diabetes type 2, erfelijke aanleg, bepaalde leefgewoonten en leeftijd.

Erfelijkheid
De rol van erfelijkheid wordt onder meer afgeleid uit het feit dat er families zijn waarin type 2 diabetes veel voorkomt en op een karakteristieke manier overerft. Welke genen daarbij betrokken zijn, is nog niet bekend.

De aanleg voor type 2 diabetes zou kunnen samenhangen met erfelijke aanleg voor bijvoorbeeld overgewicht. Overgewicht is een belangrijke risicofactor bij de ontwikkeling van type 2 diabetes.

Mensen van Surinaams-Hindoestaanse, Turkse of Marokkaanse afkomst hebben vergeken met de Nederlandse bevolking een groter risico op type 2 diabetes. Waarschijnlijk speelt erfelijkheid hierbij (naast mogelijk bepaalde leefgewoonten) een rol.

Leefgewoonten
(Ernstig) overgewicht, een ongezond voedingspatroon en het nemen van weinig lichaamsbeweging verhogen het risico op het krijgen van diabetes sterk. Die factoren spelen vooral een rol bij het ontwikkelen van insulineresistentie. Meer dan 80% van de mensen met type 2 diabetes heeft overgewicht. Toch krijgt ‘slechts' een kwart van alle mensen met (ernstig) overgewicht moeite met de glucoseregulatie.

Leeftijd
Hoewel type 2 diabetes steeds vaker ook op jongere leeftijd voorkomt, is leeftijd ook een risicofactor. Met het stijgen van de leeftijd neemt de kans om type 2 diabetes te ontwikkelen toe.

Combinatie van factoren
Iemand met diabetes in de familie hoeft het zelf niet te krijgen. Evenmin als iemand met overgewicht. En iemand die geen aanleg heeft kan toch type 2 diabetes krijgen, net als iemand die een gezond gewicht heeft. Type 2 diabetes is een ingewikkelde ziekte, waarbij erfelijke aanleg en aangeleerde gewoonten een rol kunnen spelen. Lichamelijke of psychische stress kunnen het begin van de ziekte uitlokken. Verder gaat insulineresistentie vaak samen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten (zoals hoge bloeddruk en een afwijkende gehaltes aan bloedvetten). Men spreekt dan van het ‘metabole syndroom' of ‘insulineresistentiesyndroom'.