|
Type
1 diabetes ontstaat door een fout in het eigen afweersysteem. Het
afweersysteem valt normaal gesproken vreemde indringers (zoals
bacteriën en virussen) aan. Maar bij type 1 diabetes vernietigt het óók
de eigen bètacellen in de eilandjes van Langerhans. Die kunnen daardoor
geen insuline meer maken.
Door aantasting van de structuur van de eilandjes van Langerhans kunnen
de eilandjes op den duur ook geen glucagon meer produceren. Glucagon is
het hormoon dat bij glucosetekort in het bloed helpt het
bloedglucoseglucosegehalte weer op peil te brengen. Glucagon zet de
lever en spiercellen aan om hun glycogeenvoorraden om te zetten in glucose en dat af te geven aan het bloed.
Erfelijkheid
Het
afweersyteem beschadigt bij type 1 diabetes dus eigen lichaamscellen.
Dat noemt men auto-immuniteit. Erfelijke aanleg, of ‘vatbaarheid',
speelt daarbij slechts een kleine rol. Bij 90 tot 95% van de mensen bij
wie type 1 diabetes wordt vastgesteld, komt diabetes type 1 niet in de
familie voor. Wel hebben mensen van wie een eerstegraads familielid
(vader, moeder, zus of broer) type 1 diabetes heeft, meer risico om de
ziekte te krijgen. Van de bevolking krijgt gemiddeld 1 op 1000 tot 3 op
1000 mensen diabetes type 1. Maar mensen van wie de moeder bijvoorbeeld
diabetes type 1 heeft, hebben een risico van 1 op 25 tot 1 op 100. En
als een helft van een eeneiïge tweeling type 1 diabetes heeft, is het
risico voor de ander 1 op 3 tot bijna 2 op 3. Dit betekent ook dat
zelfs bij een exact gelijke aanleg de ziekte lang niet altijd bij beide
helften van een tweeling optreedt. Naast erfelijke aanleg zijn er dus
zeker andere oorzaken in het spel.
Virussen
Het
vermoeden bestaat dat een virusinfectie van de alvleesklier de
auto-immuunreactie op gang kan brengen. Het afweersysteem maakt
antilichamen tegen dit virus, maar die antilichamen vallen uiteindelijk
ook de insuline- en glucagonproducerende cellen aan. Mogelijk gebeurt
dit als iemand geïnfecteerd is met een eiwit (bijvoorbeeld van een
virus) dat qua structuur erg lijkt op bètaceleiwitten. Antilichamen
tegen het lichaamsvreemde eiwit zouden door die gelijkenis ‘per
vergissing' ook de eigen bètacellen gaan aanvallen.
In
het verleden is geopperd dat het rubellavirus (rode hond), het
bofvirus, het cytamegalovirus en het Coxsackie-B-virus misschien iets
te maken zouden kunnen hebben met het ontstaan van type 1 diabetes.
Deze theorie is echter nooit goed bevestigd en tegenwoordig zijn er
niet meer zo veel aanhangers van de virushypothese. Ook bestaat het
idee dat een infectie met darmbacteriën (enterokokken) tijdens de
zwangerschap een rol zou kunnen spelen bij het later ontstaan van type
1 diabetes bij het kind.
Andere theorieën
-
Koemelkallergie.
Kinderen die flesvoeding hebben gehad hebben meer kans op het krijgen
van typ1 diabetes dan kinderen die borstvoeding hebben gehad. Daarop is
het idee ontstaan dat "iets" in flesvoeding (koemelk) de trigger zou
kunnen vormen voor het ontstaan van de immunologische reactie gericht
tegen de eilandjes van Langerhans.
-
De
hygienetheorie. Doordat kinderen tegenwoordig zo hygiënisch opgroeien,
komen ze weinig in contact met bacteriën en andere ziekteverwekkers.
Daardoor ontstaat er sneller een "overgevoeligheidsreactie" op min of
meer normale ziekteverwekkers.
-
Type
1 diabetes komt het meest voor in de scandinavische landen en het minst
in de zuidelijke landen. Nederland zit enigszins in de middenmoot. Het
lijkt er dus op dat type 1 diabetes iets te maken heeft met zonlicht -
hoe minder, hoe meer kans. Wellicht heeft dit op haar beurt weer te
maken met vitamine D, welke onder invloed van zonlicht wordt
aangemaakt. Er loopt inmiddels onderzoek naar de rol van vitamine D bij
het ontstaan van type 1 diabetes.
Nog veel onduidelijk
Er
zijn dus aanwijzingen dat type 1 diabetes ontstaat door een combinatie
van erfelijke en omgevingsfactoren. Maar hoe die factoren samen precies
diabetes type 1 veroorzaken, en waarom, is nog niet duidelijk.
|