Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum) is een vorm van diabetes tijdens de zwangerschap. De diabetes ontstaat na de 24ste week van de zwangerschap en is een voorbijgaande aandoening. Zwangerschapsdiabetes komt voor bij 1 op 20 zwangerschappen.

Zwangerschapsdiabetes ontstaat doordat de hormonen die tijdens de zwangerschap worden aangemaakt de werking van insuline remmen. Normaal gesproken vangt het lichaam de verminderde werking van insuline op door extra insuline aan te maken. Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet of onvoldoende. Daardoor wordt het glucosegehalte in het bloed (bloedsuiker) te hoog.

Na de bevalling verdwijnt de diabetes meestal binnen 24 uur. Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, hebben wel een kans van vijftig procent om in de tien jaar daarna definitief type 2 diabetes te krijgen. Om dat risico te beperken is het voor hen van belang om voldoende te bewegen en te letten op hun voeding en gewicht.

Baby's van moeders met (zwangerschaps)diabetes zijn vaak (te) zwaar bij de geboorte. Dat komt omdat ze tijdens de zwangerschap de hoge glucosewaarden via de moederhebben gekregen en zelf insuline hebben aangemaakt om die glucose op te slaan. De baby zelf heeft later een verhoogd risico om zelf type 2 diabetes te krijgen.

Het risico op zwangerschapsdiabetes is hoger in de volgende situaties:

  • zwangerschap op een leeftijd hoger dan 25 jaar
  • overgewicht vóór de zwangerschap
  • het hebben van een (eerstegraads) familielid met type 2 diabetes
  • een bloedglucosespiegel die al vóór de zwangerschap aan de hoge kant is