Nederlandse Diabetes Federatie
De koepel die mensen met diabetes, zorgverleners en onderzoekers verenigt

 

De Rondetafel Diabeteszorg is gestart door de Nederlandse Diabetes Federatie en het Zorginstituut Nederland (ZIN). Doel is om de kwaliteit van de zorg en gepast gebruik van genees- of hulpmiddelen binnen de diabeteszorg te verbeteren.

De Nederlandse diabeteszorg is van hoge kwaliteit. Dat is met name te danken aan de multidisciplinaire en protocollaire aanpak. Desondanks blijkt ongeveer 10-20 procent van de patiënten met de huidige aanpak een onvoldoende goede en stabiele glykemische instelling te bereiken, dan wel veel bijwerkingen te ervaren, zoals een grote gewichtstoename. Dit betekent dat er nog steeds sprake is van een zogenaamde ‘unmet medical need’. Nieuwe behandelmethoden zouden voor specifieke groepen patiënten verbetering in de kwaliteit van zorg en leven kunnen brengen.

Om daarin te voorzien startte de NDF in samenwerking met Zorginstituut Nederland de Rondetafel Diabeteszorg. Onder regie van de NDF en ZIN werd samen met alle stakeholders - zorgverleners, zorgvragers, zorgverzekeraars, fabrikanten en overheid - een structurele en duurzame stappenaanpak ontwikkeld voor de toelating van innovatieve behandelmethoden tot het verzekerde pakket.

 

Stappenaanpak
Zorginstituut Nederland heeft de wettelijke taak om de minister te adviseren over de vergoeding van een nieuwe behandeling. Als diabetes-innovaties op de gebruikelijke manier worden beoordeeld, zullen ze vaak een negatief advies krijgen voor toelating tot het basispakket. Er is in dat vroege stadium vrijwel nooit genoeg bewijs voor de meerwaarde van een nieuwe behandeling en praktijkgegevens zijn vaak niet systematisch voor handen. De ontwikkelde stappenaanpak biedt een alternatief.

Stap 1 beschrijft de (nog onvervulde) medische behoefte en het profiel van de betreffende patiëntengroep, alsmede de innovatieve interventie die voor deze groep een oplossing zou kunnen bieden. In stap 2 duiken ZIN en de wetenschappelijke verenigingen van artsen samen in de kwaliteitsrichtlijnen, literatuur en praktijkgegevens om te komen tot een gewogen oordeel van de bewijslast omtrent de interventie. Aan de hand van de resultaten van stap 2 volgt in stap 3 een beslismoment waarin een besluit wordt genomen over het vervolgtraject. Daarbij worden drie mogelijke vervolgstappen onderscheiden:

  • Er is voldoende bewijs voor ‘gesegmenteerde toelating’. Door naar stap 5: het definiëren van kaders voor afgebakende toegang en check op gepast gebruik
  • Er is onvoldoende bewijs, maar de interventie wordt wel als relevant beschouwd voor het traject van ‘gesegmenteerde toelating’. Door naar stap 4: aanvullend onderzoek
  • Het wordt duidelijk dat voldoende bewijs ontbreekt. De interventie wordt ook niet als relevant beschouwd voor het traject van ‘gesegmenteerde toelating’.

 

0
0
0
s2sdefault